Geschiedenis

DRIE SETS GESCHIEDENIS

Eerste set:Toen medio jaren dertig van de vorige eeuw de bebouwing van de rechthoek Schepenstraat, Schiekade, Walenburgerweg voltooid was, bleef er in het hart van die rechthoek een ruimte over die ongeveer schreeuwde om een recreatieve bestemming. Het zou namelijk ruim te ver gaan om de tuinen van de omringende benedenhuizen onmatig diep te laten worden en de tuin achter het klooster aan de Walenburgerweg gaf al meer dan genoeg geestelijke ruimte.

De gemeente Rotterdam besloot dat er een klein, lommerijk tennispark zou kunnen worden ingericht. Een voortreffelijke gedachte, weten inmiddels talloze Rotterdammers, want het Tennispark Walenburg is in de loop van driekwart eeuw een begrip geworden bij een ieder die liefhebber-tennis een warm hart toedraagt.

De eerste drie decennia van bestaan kabbelde het sportfieve leven op Walenburg gemoedelijk voort. Het park was al in een vroeg stadium gepacht van de gemeente door Walenburg BV, een onderneming van de familie Nieuwveld waarvan de huidige directeur Jaap Nieuwveld een directe nazaat is.

Zoals gezegd, het was in die eerste periode gemoeddelijk op het tennispark Walenburg, eigenlijk nog gewoon ouderwets kneuterig. In de houten keet die bij de inrichting van het park als kantine annex kleedkamers als zijnde ‘tijdelijk’ was geplaatst, resideerden beheerders wiens horecale vaardigheid niet verder behoefde te gaan dan koffie, thee een flesje cola, sinas, perl of cassis, een kano, een cocosmacroon en wellicht een tostie.

Tweede set: Stonden de jaren zestig van de Walenburgse kantine in het teken van de (toen naast de toegangspark wonende) familie Bosman, in de jaren zeventig verschenen Clara Steinvoort en haar man Cor. Clara ontwikkelde zich onmiddellijk tot een soort moeder van een grote familie en werd daarbij facilitair enorm geholpen door haar broer Jan, die als aannemer/projectontwikkelaar er zijn hand niet voor omdraaide om de toen nog puur simpele Walenburgse keet te voorzien van een bar, kookgelegenheid, voorraadkasjes, een aanrecht, een spoelbak en – het belangrijkste (…) een biertap.

Onder hoede van Clara werd het kantinebezoek langer en intenser, ook al omdat er voortreffelijk soep en een prima bal gehakt uit Clara’s keuken kwamen en er was legendarisch geworden ‘chateautje’ (een jonge neut), dat weliswaar illegaal was, maar niettemin smakelijk ijskoud van ergens onder de toonbank kwam.

Het vertrek van Clara eind jaren zeventig leidde indirect tot de oprichting van de Vereniging Vrienden van het Tennispark Walenburg. Het nieuwe paar dat de kantine pachtte gaf niet meer het warme gevoel dat voordien was onstaan, er was voorts een dreiging dat de toenmalige PTT het park eventueel wilde overnemen en de kantinekeet begon langzamerhand wel erg bouvallig te worden.

3 MEI 1979

Met Jan Steinvoort en schrijver dezes als voortrekkers werd het Grote Plan geopperd om de exploitatie van de kantine in eigen hand te gaan nemen en de winst te reserveren voor de bouw van een nieuw clubhuis. Op 3 mei 1979 was het zover. Het eerste bestuur van de VVTW vervoegde zich bij de notaris en de vereniging werd een feit, met Jan Steinvoort als voorzitter, Herman van den Akker als penningmeester, Frans Happel als secretaris en Ria van der Kley en Adriaan de Jong als leden.

In de eerste jaren die volgden werd het steeds duidelijker dat de oude kantine-keet plaats zou moeten maken voor een nieuwgebouwd clubhuis. Het bestuur, waartoe inmiddels Jan van Driel als naar later zou blijken een penningmeester van onschatbare waarde was toegetreden, begreep te volle dat als het tot een nieuwbouw zou komen eigen geld een eerste vereiste was. Dat bestuur deed er dus alles aan om omzet te draaien in de kantine. Niks geen betaalde bardiensten; Herman, Frans, Ria, Jan waren samen met supervrijwillers als Nel en Steef van der Torren, Lou en Elly van der Klein, Wim en Helga Schallenberg dag in dag uit achter het kleine barretje te vinden. Deze inspanning leverde in bijna acht jaar tijd een eigen besteedbaar kapitaal van zo’n 110.000 gulden op. Toen werd het rekenen. Er kwam een subsidie van 75.000 gulden van de gemeente Rotterdam in het verschiet, de Stichting Volkskracht zou 5.000 gulden bijdragen, het Else Mathilde Fonds 3.000, een totaal van 181.000 gulden. De bouw van een nieuw clubhuis was op ca. een kwart miljoen gulden begroot. Was er dus nog een fors gat. Maar daar kwam de Stichting Waarborg Fonds Sport in zicht. Een lening van 50.000 gulden zou mogelijk zijn. Was mogelijk.. Er bleef nog een klein tekort op de begroting, maar niettemin werd de beslissing genomen. Architect D. Schimmel maakte het ontwerp, de firma Verheij uit Bodegraven werd de aannemer en Jan Steinvoort en Steef van der Torren begeleidden met al hun praktische ervaring de bouw vanuit de vereniging. Bovendien, niet onbelagrijk!, zorgde de vereniging dat de nieuwbouw op ‘eigen’ grond zou komen te staan. Daartoe werd door de gemeente 130 vierkante meter aan het pachtcontract met de BV Walenburg onttrokken, welke meters vervolgens in pacht werden gegeven aan de VVTW.

EERSTE PAAL

De oude keet ging zielig tegen de vlakte (nadat de inventaris tijdens een historisch geworden veiling was verkocht) en op 27 oktober 1987 werd de eerste paal geslagen.

Vijf maanden was het nieuw kantinegebouw annex clubhuis voltooid.  De officiële opening werd gedaan door wethouder Van der Pols. In haar toespraak zei ze onder meer: ‘het gaat hier om een prachtig voorbeeld van eigen initiatief en zelfwerkzaamheid.’

Derde set: Daar stond dat gebouw dan, de trots van de vereniging, een nieuwe tijd kon beginnen. Het zou te ver gaan om nu te schrijven dat nadien alles rimpelloos verliep. Toen de uitdaging van het realiseren van een nieuwbouw er niet meer was, zakte de animo voor zelfwerkzaamheid. Zo werd het fenomeen ‘betaalde bardienst’ geboren en de outillage van kantine/clubhuis werd door diverse mensen die het meenden te weten dermate uitgebreid, dat het gegeven moment er op leek dat er voor ieder lid een magnetron in de aanslag stond.

Waren er verder problemen als een schommelend ledental, een dalende omzet in combinatie met stijgende kosten, terwijl er ook niet altijd een voltallig bestuur kon worden gevonden.

Maar hoe ook: het Tennispark Walenburg bestaat inmiddels bijna 75 jaar, de Vereniging Vrienden van het Tennispark Walenburg is bijna 35 jaar oud en inmiddels is het bestuur weer voltallig en stijgt de zelfwerkzaamheid van de leden, wat o.m. blijkt uit de ruim honderd leden die bardienst draaien.

Alleen wie het verleden kent kan naar de toekomst kijken en deze ziet er voor Walenburg weer zonnig uit.